Column: Carte Blanche

In mijn antwoordmails sluit ik steevast af met de slogan: “het zal ons wel lukken”. Want daar ben ik nog altijd van overtuigd. Dat de aanhouder wint. Je kan alleen maar een job vinden door te solliciteren, niet door in een hoekje te blijven zitten. Ook al lijkt dat soms het aanlokkelijkste.

Carte blanche heb ik gekregen. Om voor u, beste lezer, een column te schrijven over werkloosheid. Jeugdwerkloosheid, meer bepaald. Mag ik mij, als 28-jarige, nog onder het etiket “jeugd” scharen? Ik hoop dat u het mij toestaat.

Als u mijn jobzoektocht een beetje gevolgd heeft op de website van De Standaard, dan weet u hoe ik de reeks heb afgesloten. Met een welgemeende vraag tot dialoog. Van mensen die, net als ik, moeite hebben om een job te vinden. Of iedereen die mij graag iets vertellen wil, n’importe quoi. Hier is op gereageerd. Door mensen met of zonder diploma’s, met of zonder ervaring, met of zonder job. Met allemaal hun eigen verhaal, hun eigen bedenkingen, hun eigen tips, soms ook hun eigen kritiek. Ik vul graag de rest van deze column met een bloemlezing uit de reacties.

Mag ik beginnen met de tips? De eerste tip die binnenkwam, valt te categoriseren onder de noemer: “val op!” Doe iets anders dan het opstellen van een schools CV. Gebruik een gele briefkaart, een A5-envelop, felle kleurtjes. Maak een eigen website. Spring uit die hoop CV’s en laat zo van je horen.

Ik kreeg mails met soms niet zo koosjere tricks: wees wat creatief met je CV. Het gaat dan niet over liegen. Maar de waarheid pimpen levert in deze tijden jobs op, aldus de schrijvers. Doodeerlijk zijn niet. Want ja, het is frustrerend om te weten dat jij die job als een professional zou kunnen uitvoeren, maar dat iemand met een positiever gesternte (lees: ervaring) er steevast mee gaat lopen. Mag het dan een eerlijke herverdeling genoemd worden, aldus de mailschrijver?

Dan kreeg ik verhalen te horen van mensen die de sprong in het duister naar een leven als eigen werkgever hebben gewaagd. Mensen die als zelfstandige begonnen zijn, in het klein, maar die stilletjes aan hun weg daarin vinden. Onnoemelijk veel bewondering heb ik daarvoor.

Dan de obligate tips: school je bij, solliciteer als kassierster in de plaatselijke Delhaize, schrap de opleidingen uit je CV.

Verder las ik het schrijnende verhaal van een laaggeschoolde moeder die maar niet aan werk geraakt. Die gefrustreerd geraakt door het feit dat zovele hooggeschoolden onder hun niveau solliciteren en daardoor “jobs inpikken” van laaggeschoolden. Ik snap wat ze wil zeggen. Maar ik weet uit eigen ervaring dat er zo weinig jobs zijn voor hooggeschoolden, dat ze niet anders kunnen dan onder hun niveau te solliciteren. Want één sollicitatiebrief per week volstaat –meestal niet- om aan een job te geraken.

Ik lees dat ik mensen een beetje een hart onder de riem heb kunnen steken met mijn verhaal, dat ze zich minder alleen hebben gevoeld. Dat zijn de leukste mails.

In mijn antwoordmails sluit ik steevast af met de slogan: “het zal ons wel lukken”. Want daar ben ik nog altijd van overtuigd. Dat de aanhouder wint. Je kan alleen maar een job vinden door te solliciteren, niet door in een hoekje te blijven zitten. Ook al lijkt dat soms het aanlokkelijkste.

Ik heb deze week een aantal gesprekken achter de rug. Maandag mag ik op proefdag, op basis van die dag wordt er beslist of ik aangeworven word of niet. Ik heb er ongelofelijk veel zin in. Met wat geluk en een dubbele dosis inzet mag ik mijn zoektocht afsluiten, heel binnenkort zelfs. Staat u mij toe, beste lezer, daar een driedubbele achterwaartse salto voor te maken?

Ellen S.