Column: Hold-up op geluk!

Meestal hebben jongeren geen onhaalbare dromen of plannen. Geluk staat vaak bovenaan het lijstje. Geluk dat we vinden in een relatie met een partner, in een huisje met een tuintje waarin een boompje groeit en één of meerdere kinderen spelen. Anderen zegt het klassieke verhaaltje niet zoveel, zij ervaren geluk tijdens het maken van een wereldreis of bij het cruisen in een blitse wagen. En dat maakt in wezen geen enkel verschil uit. Voor de mens is niets zo universeel als het verlangen naar geluk.

‘Je bent jong en je wilt wat’, is een reclameslogan uit de vorige eeuw die de dag van vandaag actueler dan ooit is. Elke jonge kerel of meid zit boordevol dromen, plannen en ideeën voor de toekomst. Ongeduldig popelt en brandt de jeugd van hevig verlangen om te beginnen aan een zelfstandig bestaan. Net zoals een brullende racewagen amper op het groene licht kan wachten om met gierende banden nieuwe horizonten op te zoeken. Maar evenzeer als een jonge vogel die liever ontelbare keren op zijn bek gaat dan nog één seconde langer in het nest te moeten blijven. Klaar om een duidelijk antwoord te geven aan de innerlijke drang om op eigen benen te staan. ‘Kom uit uw kot’, schreeuwt elke vezel van dat jonge lichaam luidkeels uit!

Meestal hebben jongeren geen onhaalbare dromen of plannen. Geluk staat vaak bovenaan het lijstje. Geluk dat we vinden in een relatie met een partner, in een huisje met een tuintje waarin een boompje groeit en één of meerdere kinderen spelen. Anderen zegt het klassieke verhaaltje niet zoveel, zij ervaren geluk tijdens het maken van een wereldreis of bij het cruisen in een blitse wagen. En dat maakt in wezen geen enkel verschil uit. Voor de mens is niets zo universeel als het verlangen naar geluk.

De kans is wel erg klein dat de lotto gewonnen wordt. Dus moet er gewerkt worden. Als het even kan in een leuke job. Zo eentje waarvoor je opgeleid bent of waarvoor je gestudeerd hebt. Niets mis met die verwachting. Dus worden er massa’s sollicitatiebrieven, al dan niet aangetekend, opgestuurd en bieden werkzoekende jongeren zich aan in bedrijven, in scholen, aan de overheid, enz. En dat kost geld, veel geld. Voor pas afgestudeerden is dit een zware dobber want op een uitkering in de vorm van wachtgeld moet er het eerste jaar niet gerekend worden. Sommigen kunnen nog even rekenen op een financieel steuntje van de ouders, anderen zijn volledig op zichzelf aangewezen en zullen ‘s avonds of in het weekend een baantje moeten zoeken. Maar goed, in afwachting van die vaste job kan dit tijdelijk wel soelaas brengen.

O ja, ik had waarschijnlijk moeten beginnen met ‘er was eens een tijd’. Er was eens een tijd dat jonge mensen uit hun kot konden komen zonder met hun smoel tegen metershoge muren te botsen die hen de toegang tot het leven verhinderden. Een tijd waar er al zeker voor zo een spring-in-het-veld plaats op de arbeidsmarkt was zodat hij of zij snel de jacht op geluk met een dromenvanger kon inzetten. Niets meer van aan! Want als er dan eens antwoord op de vele brieven komt, staat er vaak zwart op wit in dat men enkel de mensen met de meeste ervaring voor een gesprek weerhouden heeft. Nou moe. Jarenlang de broek op de schoolbanken versleten voor … tja, voor wat?

De jeugdwerkloosheidscijfers zijn hallucinant. Om en bij de 6 miljoen Europese jongeren zijn werkloos. Landen als Spanje en Griekenland deelden door de crisis wel erg zwaar in de klappen en flirten nu met de 50% grens. Maar ook België ligt netjes op het te hoge Europees gemiddelde van 22%. In grootstedelijk gebied echter ligt het cijfer nog een stuk hoger. En als we specifiek kijken naar de jeugdwerkloosheid bij jonge allochtonen, kunnen we niet anders dan duizelen. Komt daar bovenop dat de hervormingen van de werkloosheidsuitkeringen veel jonge werklozen in de kansarmoede duwen. Geen wonder dat in de armoedetabellen het cijfer van het armoederisico in de leeftijdscategorie 16-24 jaar sterk opvalt.

Het zal sowieso een hele mentaliteitswijziging met zich meebrengen maar als we pretenderen begrippen als solidariteit en verdraagzaamheid hoog in het vaandel te dragen, moeten we dat ook af en toe eens in de praktijk omzetten. In tijden waarin burn-outs en depressies als gevolg van een jachtig bestaan weelderig gezaaid worden, kan een nieuwe collectieve arbeidsduurvermindering voor meer ademruimte zorgen. Het is een hot topic. Maar belangrijk in de context, we herverdelen de beschikbare arbeidsuren over meer mensen zodat er heel wat jobs gecreëerd worden. Daar zit de kans om jeugdwerkloosheid structureel aan te pakken. Zijn we bereid om in het belang van onze samenleving, in het belang van onze jeugd, kortom in het belang van onze toekomst, een weinig in te leveren? Alhoewel inleveren, als we prularia die we helemaal niet nodig hebben bewust niet meer kopen, dan gaan we daar heus niet ongelukkiger van worden hoor. Ook het milieu zal ons eeuwig dankbaar zijn. Of is het hele idee slechts uit de hersenen van een gekke wereldvreemde denker gesponnen?

Welk idee of plan ook, er moet dringend werk gemaakt worden van jeugdwerk. Simpelweg omdat de samenleving niet het recht heeft een hold-up te plegen op het geluk van een jonge generatie!

Niels De Rudder